Wie spaargeld heeft op een betaal- of spaarrekening, moet dit in Nederland opgeven in box 3 van de belasting. Daarbij telt niet alleen het saldo op bankrekeningen mee, maar ook de waarde van beleggingen en andere bezittingen. Pas wanneer het totale vermogen boven de jaarlijkse vrijstelling uitkomt, wordt vermogensrendementsheffing verschuldigd. Hoeveel dat is, leest u hier.

Dit bedrag aan belasting moet u dit jaar betalen als u meer spaargeld dan de vrijstelling heeft

Voor het belastingjaar 2026, waarover in 2027 aangifte wordt gedaan, bedraagt de vrijstelling € 59.357 per persoon. Fiscale partners hebben gezamenlijk recht op een vrijgesteld vermogen van € 118.714. Wie op 1 januari 2026 minder vermogen heeft dan deze bedragen, betaalt geen inkomstenbelasting in box 3. De Belastingdienst maakt daarbij geen onderscheid naar leeftijd, woonsituatie of gezinssamenstelling: volwassen kinderen zonder fiscale partner vallen fiscaal gezien onder dezelfde regels als andere alleenstaanden.

Het heffingsvrije vermogen
Het heffingsvrije vermogen neemt ieder jaar toe. Bron: Belastingdienst

De belasting in box 3 wordt niet berekend over het daadwerkelijke rendement op spaargeld, maar over een fictief rendement. Voor spaargeld gaat de fiscus in 2026 uit van een rendement van 1,28%. Over dit veronderstelde rendement wordt vervolgens 36% belasting geheven. Dat systeem zorgt ervoor dat de belastingdruk op spaargeld relatief beperkt blijft, zeker in vergelijking met andere vermogensbestanddelen zoals beleggingen, waarvoor een hoger fictief rendement geldt.

Lees ook: Hoeveel contant geld mag u maximaal in huis hebben?

36% belasting

Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk wat dit in de praktijk betekent. Wie in totaal € 70.000 spaargeld bezit, heeft ongeveer € 10.643 boven de vrijstelling. De Belastingdienst gaat ervan uit dat hierover een rendement van circa € 136 wordt behaald. Over dat bedrag is 36% belasting verschuldigd, wat neerkomt op ongeveer € 49. Bij een vermogen van € 160.000 ligt het belastbare deel rond € 100.643. Het fictieve rendement bedraagt dan ongeveer € 1.288, waardoor de belasting uitkomt op circa € 460.

▼ scroll verder ▼

Opvallend is dat het fictieve rendement lager ligt dan de rente die spaarders momenteel in werkelijkheid kunnen ontvangen. Bij verschillende banken is een spaarrente van ongeveer 2,5% tot 3% mogelijk, wat betekent dat het werkelijke rendement vaak hoger is dan het bedrag waarover belasting wordt geheven. Daarmee blijft de vermogensrendementsheffing op spaargeld in veel gevallen relatief beperkt, ook wanneer het vermogen boven de vrijstelling uitkomt. Lees ook: Hoeveel contant geld mag u storten zonder controle van de Belastingdienst?