Voor veel profvoetballers is een exclusieve sportwagen of luxe SUV een vanzelfsprekend onderdeel van het leven buiten het veld. Bij VfB Stuttgart ligt dat inmiddels anders: de Duitse voetbalclub heeft zijn selectie volgens berichtgeving van Bild schriftelijk gewaarschuwd: wie met een auto van een niet-goedgekeurd merk bij het trainingscomplex verschijnt, riskeert een boete. Daarmee lijkt de club een einde te willen maken aan de opvallende verzameling exotische auto’s op de parkeerplaats. Vooral modellen als de Lamborghini Urus en de Rolls-Royce Cullinan passen niet binnen het gewenste plaatje. Aanvaller Ermedin Demirović zou geregeld in een zwarte Cullinan arriveren, terwijl verdediger Ameen Al-Dakhil werd gezien in een paarse McLaren 720S. Hoe hoog de boete precies is, is niet bekendgemaakt. De waarschuwing zou gericht zijn aan de volledige selectie en dus niet uitsluitend aan spelers die eerder met een opvallende auto bij de club verschenen.
VfB Stuttgart geeft spelers die met een supercar naar de club komen een boete
De opvallende maatregel heeft een zakelijke achtergrond. Stuttgart is niet alleen de thuisbasis van de voetbalclub, maar ook van twee grote namen uit de Duitse auto-industrie: Mercedes-Benz en Porsche. Beide fabrikanten hebben volgens de berichtgeving ieder iets meer dan 10% van de aandelen van VfB Stuttgart in handen, wat de keuze voor een boete wat rechtvaardigt.

De club heeft daarmee een duidelijke commerciële reden om de auto’s van deze merken onder de aandacht te brengen. Spelers zijn immers zichtbare vertegenwoordigers van de organisatie, ook wanneer ze buiten het veld aankomen bij een training of wedstrijd. Een parkeerplaats vol Lamborghini’s, McLarens en Rolls-Royces strookt niet vanzelfsprekend met de belangen van de automerken die nauw bij de club betrokken zijn.
Lees ook: Dit is de nieuwe Porsche 911 GT3 100 Jahre Nürburgring: “Een uniek karakter”
Bovendien zou Stuttgart na een moeizame seizoensstart strenger willen toezien op het gedrag van de spelers. De maatregel past daarmee ook in een poging om de discipline binnen de selectie aan te scherpen.
Welke auto’s mogen nog wel?
Het goede nieuws voor de spelers is dat de toegestane merken genoeg alternatieven bieden. Zowel Mercedes-Benz als Porsche heeft modellen die niet zouden misstaan in de garage van een vermogende voetballer. Denk aan een Mercedes-AMG GT, een S-Klasse of een Porsche 911 en Cayenne.

Vooral die laatste is een interessante vervanger voor bijvoorbeeld de Lamborghini Urus. De twee SUV’s delen namelijk hun technische basis. Ook de Audi Q8 en de Bentley Bentayga zijn verwant aan hetzelfde platform. Wie de Urus verruilt voor een Cayenne, levert dus niet noodzakelijk veel in op het gebied van prestaties of luxe. Alleen het merk op de neus verandert. Voor spelers die juist een Rolls-Royce Cullinan of McLaren rijden, ligt de situatie anders. Die merken vallen buiten de twee toegestane automerken en zijn bovendien geen onderdeel van de samenwerking waarop Stuttgart zijn beleid baseert.
Een opvallende vorm van sponsorbeleid
Het is niet de eerste keer dat een Duitse voetbalclub invloed uitoefent op de autokeuze van zijn spelers. Ook bij Bayern München speelde de relatie met een autofabrikant eerder een rol bij de auto’s waarmee voetballers naar het trainingscomplex kwamen.
Toch is de situatie bij Stuttgart bijzonder door de dubbele band met Mercedes-Benz en Porsche. Of andere clubs dit voorbeeld zullen volgen, valt nog te bezien. Voorlopig is vooral duidelijk dat een dure auto niet automatisch welkom is op het parkeerterrein van een profclub. Zelfs voor voetballers die miljoenen verdienen, kan het logo op de motorkap ineens een kostbare kwestie worden. Lees ook: Wansmaak of niet? Liverpool-speler Hugo Ekitike voorziet zijn Mercedes G63 van een ongekende witte wrap